dinsdag 27 december 2011

19 februari: Spinning marathon

Een van onze collega’s, Martin Douma, spant zich in voor kinderen met een stofwisselingsziekte. Martin heeft samen met een aantal andere enthousiaste vrijwilligers een spinning marathon georganiseerd. Doel van de marathon is om zoveel mogelijk geld in te zamelen voor energy4kids.

Spinnen kunnen wij natuurlijk als de beste, daarom leek het ons een leuke gedachte om energy4kids en Martin te steunen door met een flinke ploeg TKP’s aan deze spinning marathon deel te nemen.

De marathon vindt plaats op zondag 19 februari 2012 in het cultuurcentrum van Beresteyn in Veendam. De marathon begint om 11.00 uur en duurt tot 17.00 uur. We hebben al gehoord van enkele collega’s die de marathon van 6 uur willen volmaken. Maar je kunt het ook rustiger aan doen, door met een ploeg van zes mensen een uur te spinnen. We stellen ons voor dat de zaal van Beresteyn bij het startschot om 11.00 uur kanariegeel kleurt van de TKP’ers.

De kosten bedragen €25 per uur per fiets. De kids moeten natuurlijk wel geholpen worden.

Geef je op via een reply op deze e-mail en geef aan of je voorkeur uitgaat naar een marathon van 6 uur of een uur met een ploeg.

Meer informatie vind je op de site van energy 4 kids.

We rekenen op een flinke ploeg deelnemers. Tot 19 februari in Veendam!

dinsdag 20 december 2011

Louis naar de top van de Mont Ventoux

Louis heeft deze zomer de Mont Ventoux be-klommen. De Mont Ventoux, een legen-darische en veel beschreven klim. Niet in de laatste plaats door de dood van Tommy Simpson in 1967. Hieronder het verhaal van Louis.

“Geniet er van”, zeg ik tegen mezelf, en ik probeer het landschap in me op te nemen: Licht glooiende wijnvelden met verdwaalde huisjes, even buiten Bédoin, die in de ochtend al volop in de zon liggen. Onrustig fiets ik door. Hartslag 121. Ik kijk achterom. Nog steeds geen auto. Ik voel opnieuw in mijn zakken en tel de inhoud: 1 banaan, 3 pakjes liga, waarvan 1 koek al bij vertrek opgegeten, 1 zakje vruchten-gel, en mijn druivensuiker. Haal ik daarmee de top? Het antwoord ken ik. De echte vraag is wanneer ik omkeer als de auto niet komt. Omkeren? Nooit, niet vandaag, niet deze klim, niet nu. Geniet er van! Ik fiets door. Hartslag 118.

Na de diagnose diabetes, ruim 10 jaar geleden, heb ik keuzes kunnen maken en gemaakt. Gezonder eten, meer bewegen. Dagelijks fileleed is ingeruild voor fietskilometers. Alweer 3 jaar geleden heb ik een racefiets gekocht en maak ik bijna wekelijks een trainingstocht. Overwinteren doe ik 1x per week in de sportschool. Jaarlijks staat een sportieve uitdaging met een groep collega’s op het programma: Alpe d’Huez 2009, weekend Vogezen 2010 en 2011. Ik voel me er goed bij en ben de nodige kilo’s kwijtgeraakt.

Nog steeds geen auto. Ik overdenk de mogelijkheden: De auto komt niet, of de auto komt ergens op de route, schat mijn positie verkeerd in, en rijdt de verkeerde kant op. Geen telefoon bij me. Ik had beter kunnen wachten.

Vandaag moet een nieuw sportief hoogtepunt worden. De Mont Ventoux. Mijn broer Antoine en zijn oudste zoon Niels zullen me begeleiden met de auto en onderweg eten en drinken aanreiken. Het vertrek uit Bédoin was chaotisch door de plaatselijke markt. Op de parkeerplaats even buiten het dorp, had ik me klaargemaakt voor de klim. Eten, water, check bloedsuiker: 11,3. In orde, rekening houdend met het ontbijt, insuline, de verstreken tijd sinds het ontbijt en de te verrichten inspanning. Sanitaire stop in het hoge gras naast de parkeerplaats, onder enkele verbaasde blikken van Nederlandse toeristen. Ook andere fietsers vertrekken vanaf de parkeerplaats. Zelf reed ik met de fiets dwars over de markt naar het gemarkeerde vertrekpunt. Ik zag de auto, in een poging om de markt heen te rijden, de verkeerde kant op rijden.

Enkele renners rijden me voorbij, onder wie een Belg in een regenboogtrui. Onze blikken kruisen. Hij meet mijn postuur. Ik dat van hem. Beetje stevig. Johan Museeuw, denk ik. Gaat hij sneller boven zijn? Ik weersta de neiging om te volgen. Hartslag 125. Wat zal hij van mij denken? Mijn gele shirt zegt “TKP Vogezen 2011”. 15 minuten gereden, ik neem mijn 2e liga. Nog een Belgische regenboog passeert mij. Zijn vader. En dan passeert gelukkig de auto. Na 18 minuten. “We konden de weg niet vinden”, wordt er uit het raam geroepen.

Wat is dat toch, die onzekerheid in onbekende situaties? Angst voor een hypo. Ik weet hoe mijn lichaam reageert op inspanning, en houd met extra voeding en minder insuline mijn bloedsuiker onder controle. Tussentijdse metingen bevestigen dat. Een hypo voel ik aankomen. Ik heb extra druivensuiker bij me. Mijn vuistregel is grofweg 1 stuk voeding (liga, banaan, vruchten-gel) per elke 10 à 15 km. In Nederland zijn fietstochten van 70-100 km geen probleem. Maar toch. Antwoord: Het is warm, zonnig, ik wil niet stoppen om te meten, en de weg gaat hier omhoog.

De eerste kilometers gaan moeiteloos voorbij. Links is de top zichtbaar. Wat eerst bijna vlak was, is nu toch al wel 5%, schat ik. Het eerste dorpje nadert. De auto staat in de bocht voor foto’s. We praten even en ik pak eten aan. 6 kilometer gereden. Hartslag 139. Dan gaat opeens de weg steil omhoog. Het begin van het bos, realiseer ik me. Ik schakel terug naar 30 x 25, de lichtste versnelling en trap enkele keren stevig door om de snelheid erin te houden met als gevolg dat de hartslag omhoog schiet, naar 165. Rustig aan, zeg ik, eerst hartslag dan snelheid! Ik neem iets terug. Hartslag 159, snelheid 9 km/u. Op de teller zie ik dat ik ‘al’ 300 meter door het bos ben gefietst. Nog maar bijna 10 km dus, denk ik.

Ik kom in een cadans. Een lekker beentempo, hartslag ca 160 en snelheid tussen de 8,5 en 10 km/u. Enkele andere fietsers zijn in de buurt. We klimmen allemaal ongeveer even snel. 30 minuten. Banaan. Ik bijt door de schil en werk hapje voor hapje de koolhydraten weg. De laatste hap verwerk ik na 37 minuten. Al weer bijna tijd voor de volgende maaltijd!

De avond vóór de klim heb ik mijn strategie bepaald en de route in 3 zones verdeeld. Zone 1, 5 kilometer, hartslag <140; zone 2, het beruchte bos, 10 kilometer, hartslag <160; zone 3, vanaf chalet Reynard, hartslag 170. Elke 15 minuten iets eten. Streeftijd 1h50. Uiteraard zonder stoppen.

“Geniet ervan”, blijft in mijn hoofd zitten. En dat doe ik! Doordat ik nog niet met maximale inspanning fiets, en de zekerheid van de begeleiding, heb ik energie om ook de omgeving in mij op te nemen, al is het bos redelijk eentonig. Langs de kant van de weg staan geregeld dezelfde auto’s. Volgers van fietsers om mij heen. Een dame gunt mij haar glimlach.

Ik word ingehaald door 2 renners, van wie de eerste een aantal keer achterom kijkt. De 2e renner blijkt een jongetje van hooguit 15 jaar te zijn. Langzaam rijden ze bij me weg. Zelf haal ik ook een enkele renner in.

Auto, getoeter. Mijn vrouw en kinderen rijden langs. Even later fiets ik ze voorbij als ze langs de kant staan. Ik rijd als vanzelf harder als ze me aanmoedigen. Ze zullen me straks boven opwachten.

De kilometers kruipen voorbij, elke kilometerpaal informeert mij over de hoogte en de stijging voor de eerstvolgende kilometer. Eén Liga.

Het mooie van fietsen is dat allerlei gedachten in het hoofd opborrelen en weer net zo makkelijk verdwijnen. Ik denk terug aan mijn eerste Mont Ventoux klim vanuit Malaucene, in 1989. Toen in 2h06. De klim vandaag vanuit Bédoin is zwaarder, door de ligging en door méér hoogtemeters.

“Zag je dat jongetje?”, vraag ik bewonderend aan mijn broer, als we elkaar weer passeren. Mijn broer antwoordt bevestigend en weet te melden dat hij met zijn vader en vermoedelijk zijn opa naar boven fietst. En dat zijn moeder met de auto begeleidt. “Je zit nu op duizend meter hoogte”, geeft hij me nog mee.

Gehijg achter me. Er komt iemand dichterbij. Het gehijg wordt luider. Vervelend. Als de weg vlakker wordt, versnel ik iets. Het gehijg houdt op. Bij een volgende passage langs de auto, hoor ik dat ‘het jongetje’ ongeveer 2 minuten voorsprong heeft. Het fietsen gaat nog steeds goed. Wel raak ik een beetje de tel kwijt met liga’s, bananen en vruchtengel. En daar verbaas ik me over, want 1 stuk per kwartier is geen moeilijke som.

Er zit een vlieg op mijn stuur. Er was mij verteld over de vele vliegen die in het bos hinderlijk om je hoofd kunnen zwermen. Ik laat de vlieg zitten.

Het bos wordt minder dicht, af en toe een huisje. Voor me zie ik een groep van wel 8 renners rijden. Ik wil er naar toe. Ik zie de auto weer staan en roep naar voren dat ik een vruchtengel wil, en zie Niels de auto induiken voor eten. Hij zoekt nog als ik langs rijd. “nog anderhalve minuut op het jongetje “, zegt mijn broer. Ik versnel en sta zelfs op de pedalen om naar het groepje te rijden. Opeens hoor ik achter me iemand rennen. Niels, die zijn best doet mij nog eten te geven. In een flits besluit ik te remmen, en neem dankbaar het eten in ontvangst. Daarna versnel ik opnieuw en rijd naar het groepje toe. Hartslag 163. Vlak vóór het chalet haal ik de groep in. Ik zie de 2 regenbogen. Uit het groepje versnelt 1 renner op het laatste rechte stuk richting Chalet. Moeiteloos kruip ik in zijn wiel, om in het maanlandschap een beetje uit de wind te zitten.

Bij het chalet eindigt mijn zone 2. Ik passeer in 1h26. Nog 6 kilometer in 24 minuten voor 1h50 eindtijd. Ik reken: 15 km/ u. Onmogelijk en onbelangrijk, houd ik mezelf voor, het gaat nog steeds goed. Ik zie boven de eindtijd wel.

Als ik linksaf draai, versnel ik mee in het wiel. De hartslag gaat naar 170. Ik laat het en geniet van het uitzicht. De eerste blikken over het landschap zijn adembenemend.

Met de wind valt het mee. Ik neem de kop over. Mijn ex- voorganger kan niet volgen. Op mijn beurt word ik even later ingehaald door een andere renner, die bij mij in het wiel zat. Hij kijkt om, en spoort mij aan in zijn wiel te blijven. Hartslag 175. Ik pas. Voor de zekerheid neem ik nog een liga.

Opeens zie ik in de verte de jongen van 15 rijden. De achterstand is nog 1 minuut. Ook mijn broer meldt dat verschil. Nog een koek. Met 1h42 rijd ik langs het paaltje 3 km. Even later haal ik de jongen in. Een renner bij hem in de buurt gebruikt mij als windvanger / tempomaker. Hij kruipt hijgend in mijn wiel. Ik laat hem. Als ik de laatste bocht naar de top ruim neem, schiet hij binnendoor en wint met 3 seconden. Ik fietst mijn eigen tempo naar boven, en finish in precies 1h58. De jongen van 15 eindigt kort na mij.

Boven wacht de familie. Knuffels zijn de beloning. Ik ben tevreden. Gedoseerd gefietst. Uiteraard wel moe, maar zeker niet kapot. Mijn HbA1c blijkt 7.3! En dat na 2 uur fietsen, 1 banaan, 2 gel, en zo’n 6 ligakoeken (tel kwijtgeraakt). Geen hypo gehad.

De tijd dat ik boven ben, is het een komen en gaan van wielrenners. Renners staan in de rij om voor het bordje “Sommet Mont Ventoux 1912 m” gefotografeerd te worden. Ik trek een droog shirt aan en geniet nog wat van het uitzicht. Ook ik wil op de foto. Dan wordt het tijd om te vertrekken. Ik laad mijn fiets in de auto en met 2 auto’s beginnen we aan de afdaling. Dag Mont Ventoux. Tot een volgende keer?

Statistieken:



Sauerland: das Orange Schaf

We hebben wat met Nederlanders die een pension overnemen. Dit jaar hebben we in het Sauerland een oud schoolkamp in Willingen afgehuurd voor TKP. Ein ganz nettes Gasthof. Een beetje 'tüchtig', maar gemütlich zoals een Duits pension betaamd. Mooi tegen de bosrand gelegen.De Bredase Ingrid en Bart van der Jagt zijn van 28 juni tot 1 juli onze gastvrouw en -heer. Als het weer een beetje meezit kunnen we 's avonds BBQ'en in de Grillhütte. Het Orange Schaf is een ideale uitgangspositie voor tochten op de racefiets of op de mountainbike. Aan het eind van de middag staat het bier voor ons koud!